John Wiese – Seven of Wands (PAN, cd) / Sissy Spacek – Sepsis (Second Layer, cd)

John Wiese produceert zoveel ‘werken’ en collaboreert in zoveel projecten dat er geen beginnen aan is om de lange lijst van releases bij te houden. Maar zo af en toe een steekproefje nemen werkt zeer verfrissend. Wiese’s aanpak reinigt bij tijd en wijle goed de slakken van teveel popverontreiniging. Wiese komt uit de harsh noise hoek (denk aan het album “Soft Punk”), maar de laatste twee cds die ik van hem ken, “Sepsis” onder de naam Sissy Spacek en zijn solo-disc “Seven of Wands”, net een paar maanden oud en uitgekomen op het avantgarde label du jour PAN, laten hem van zijn ‘zachtmoedigere’ kant zien.

Dat is natuurlijk relatief, want de sounds zijn nog steeds compromisloos modern en niet besteed aan dovemansoren. Het moderne aan “Seven of Wands” zit ‘m in het ongebreidelde exploratieve alsook het rigoreus-primitieve, zijn niet-theoretische, letterlijk lichamelijke benadering van klank. Verscheidene bronmaterialen die op zichzelf muzikaal dan wel extra-muzikaal zijn (de cd-hoes vermeldt: field recording, percussion, electronics, tape, mic, guitar, drums, mixer en voice) zijn dusdanig aan elkaar gelast dat een hint van muzikaliteit wordt gesuggereerd in de uitgestrekte hands-on soundscaping, zonder echt muziek te worden. Dat moet niet misverstaan alsof het hier om indolente ambient zou gaan. De klanktapijten die ontstaan door het rücksichtslos kneden van het bronmateriaal zijn abrasief en ongepolijst en intensiveren het analoge palet van de onderliggende instrumenten en gebruikte apparatuur. Ondanks de volstrekt niet-lyrische, zelfs afstootwekkende kwaliteit van de sounds die ontstaan is er het duidelijke element van subjectiviteit dat het proces gecontroleerd stuurt. De velociteit geeft de geluiden ritmisch karakter en draagt bij aan het quasi-muzikale. Duidelijk niet gebaseerd op compositie is het ook moeilijk vol te houden dat hier sprake is van improvisatie in de strikte zin van het woord.

Dat geldt ook voor de disc van Sissy Spacek, “Sepsis”, dat hetzelfde procédé ondergaan is, maar dan gebaseerd op echte improvisatie van een tiental bekende muzikanten uit het circuit (o.a. Peter Kolovos van Open City en Rick Potts van het roemruchte LAFMS) die volkomen onafhankelijk van elkaar, op gescheiden kanalen, ieder hun eigen ding doen. De cohesie die ontstaat op basis van volstrekt disparate klanken in de mix van Wiese zelf is een wonderbaarlijk toonbeeld van gefingeerde extended cognition, die de distincte patronen wel en niet ‘aufhebt’, om een Hegeliaanse term te gebruiken. De diverse muzikale lijnen blijven strikt onderscheiden terwijl een geheel gaandeweg wordt gecreëerd. De ‘muziek’ als resultaat van dit fictieve proces hangt letterlijk in de lucht, is als het ware de ether van de klankproductie.

De zes stukken op “Seven of Wands” zijn zeer divers en demonstreren hoe wat in kern der zaak noise is, op visceraal niveau een intensiteit bewerkstelligt die bij elke beluistering een nieuwe opwinding teweegbrengt, zonder zich aan je op te dringen. Als tegenhanger van de insectoide drukte van ‘Alligator Born in Slow Motion’ doet ‘Burn Out’, track 4, denken aan de ‘koude woestijn’ verstildheid van “Imperial Distortion” van Kevin Drumm. Maar ook hier larderen tactiele effecten als subjectieve interjecties die de cadans benadrukken, het sonoor brommende geheel. Dit is muziek in actu, opgebouwd uit non-muzikale handelingen die soms wellicht al te gemakkelijk de onhandige handvaardigheid van een knutselaar in zijn schuur weggeven. Ondanks de rauwe primitiviteit die zonder opsmuk—alle lassen zichtbaar gelaten—doorklinkt is de muzikale betekenis substantieel. Die zit ‘m in de handeling van Wiese, als geluidssculptor, maar niet minder in de luisteraar die zich intersubjectief identificeert met Wiese de maker door bemiddeling van op zichzelf inerte, objectieve effecten verkregen uit ongerijmd, betekenisloos materiaal. Je identificeert je niet met de authenticiteit van Wiese als auteur, maar Wiese deelt iets mee, waarvan de electroakoestische articulatie in de rauwe sounds veelzeggend is zonder zich echt prijs te geven. Noem het het illocutionaire effect van noise.