Noise: Kevin Drumm

r-2548706-1290917422-jpeg

r-1342758-1247952435-jpeg

r-1932135-1253311053-jpeg

KEVIN DRUMM Sheer Hellish Miasma (2002/2007 cd REMASTER op Editions Mego; 2010 vinyl REMASTER op Editions Mego)

Ik verkoos deze plaat eind 2009 op #9 in mijn top-10 voor de jaren Nul. Ik was onder de indruk van de cd-kwaliteit van de 2007 remaster (de cd was oorspronkelijk uit 2002). Echter, in 2010 kwam een superieure vinyl remaster/cut van de hand van de fenomenale Rashad Becker uit; draai die plaat op een high end draaitafel! Je zult verstelt staan van de viscerale extase die je gaat meemaken. Noise als jouissance! Dit is wat ik in 2009 over de 2007 cd remaster schreef:

It is often claimed in aesthetics—as if almost a truism—that noise and beauty are opposites. I have never really understood this; and I suspect that ideology lies behind it. To me, the most extreme noise in music can be the most beautiful thing, eclipsing anything in nature or the pictorial and plastic arts. The new remix of Kevin Drumm’s aptly called “Sheer Hellish Miasma”, originally issued in 2002, is a case in point. It is also an illustration of how the sound of the cd, often found inferior to that of the good old vinyl record, sublimely captures, as an expedient, that which it is supposed to convey: musicality. Even the shittiest playing equipment—I’m now playing the cd on a Sony Dream Machine, which is nothing but an upgraded alarm clock—reveals the sheer brilliance of the shrieking, digitalized feedback, which reverberates in the room as if it transmigrates, indeed pierces into the ether and becomes physical, pleasantly miasmatic. It’s hard to explain the exhilaration of hearing those high-pitched, jarring tones plaster the space around you. Only digital, it seems, can faithfully represent the aura of such precisely mastered noise: discordance made harmonious through technique. The new remaster, carried out by the artist himself, appears to enhance that singular quality and shows that remasters can be a functional tool in the art of music rather than just a marketing ploy. Whatever the case may be, it’s in the details that one finds beauty, and that holds for noise especially.

[UPDATE:] En dit schreef ik over “Imperial Horizon”, de opvolger van drone-ambient pièce de résistance dubbelaar “Imperial Distortion”:

KEVIN DRUMM — Imperial Horizon [cd Hospital Productions]

De compositie van echo’s over de lengte van de cd is de drone taken to its extreme. Nog elementairder dan voorganger “Imperial Distortion”, die 2 volle cds in beslag nam, dringt Drumm hier als geen ander in de kern van de drone binnen, met aandrang en veel uithoudingsvermogen. Beslist onaards, vergelijkbaar met het gevoel dat de kosmonauten hebben in Tarkovski’s Solaris, waar de hen omringende ruimtesoep de gedaante van een subject (het Subject?) lijkt te hebben aangenomen. Wat je hoort op Imperial Horizon is de einder van, Kantiaans gesproken, mogelijke ervaring. De intrinsieke eigenschappen van het meest individuele ding op zich laten zich hier, weliswaar monotoon en zonder enige wisseling, bijna quadrofonisch horen. En da’s een ervaring op zich. Om het in Hegelese te vatten, substantie is hier subject geworden. En tegen het einde is de echo zo vernietigend (en pijnlijk voor de oren) dat we vanzelf weer die distortion krijgen die we van Drumm gewend zijn.