David Sylvian late stijl

r-164185-1241017324-jpeg

r-1925789-1252866021-jpeg

Nooit een grote fan geweest van David Sylvian, moet ik bekennen (noch van Japan). Zijn vroege soloplaten “Brilliant Trees” en “Dead Bees on A Cake” (die laatste heb ik nog op het onvolprezen Minidisc format, nota bene!) zijn mooie plaatjes. In 2003 begon Sylvian anti-commerciële muziek te maken, in eigen beheer uitgegeven. Ik kreeg z’n “Blemish” cadeau, en poogde enthousiast ervan te houden. In 2009 volgde “Manafon”, waarvan ik toentertijd volgende schreef:

DAVID SYLVIAN — Manafon [cd Samadhi Sound]

Maniërisme. Daar weet Sylvian alles van. En hoezeer de ontwikkeling van zijn muziek er een is van de mainstream weg, éen ding is hetzelfde gebleven: zijn ijdelheid. Dat klinkt op nieuwe plaat “Manafon” wederom goed door. De vorige “Blemish” vond ik al een stinker, vooral die gitaarpruttels van Derek Bailey, die als ongeijkte contrasten voor de zeurderige, vlakke vocalen van Sylvian het geheel maar niet konden constitueren. Datzelfde euvel kenmerkt “Manafon”, maar dan met een heel orkest van improviserende sterren, waaronder Keith Rowe, Evan Parker, Fennesz en Werner Dafeldecker van Polwechsel, wier nieuwe album veruit te prefereren is [ED: Polwechsels “Field”, met John Tilbury op piano (Hat Hut, 2009)]. De onmelodieuze, bodemschrapende muziek zelf is niet verkeerd, maar evenmin verheffend, zoals gebruikelijk met improv.

Schokkend is het allemaal zeker niet: improv hypostaseert, lang na Webern, de momentaniteit van het gebaar alsof het een revolutie inluidt. Maar wat het meest onkritisch is, en Sylvian verraadt als een verveelde bourgeois, is de wijze waarop de juxtapositie staged is, als de one-man-show van een ijdeltuit. Dat, net als de gekunstelde literaire referenties in tekst en titels, het hoesje een smaakvol kunstwerkje op zich is bevestigt dat alleen maar. Modernistisch? Like hell.

Een gedachte over “David Sylvian late stijl

Reacties zijn gesloten.