Autechre: “Quaristice” & “Oversteps”

r-1255104-1379468818-5691-jpeg

r-1265680-1204984286-jpeg

r-2172437-1325956037-jpeg

Eerder schreef ik over Autechre’s “Exai”, een massieve 4LP box uit 2013. Naar aanleiding van Æ’s nog grotere ruim 4 uur durend monster van vorig jaar (“Elseq 1–5”) heb ik mijn reviews van de platen “Quaristice” en onderschat meesterwerk “Oversteps” opgeduikeld. Helaas heb ik destijds geen beslag weten te leggen op de quasi-legendarische metalen limited edition van “Quaristice”. Daarnaast verscheen ook een download only dubbelaar in de vorm van de gebruikelijke uitgerekte EPs die de LPs begeleiden; in het geval van “Quaristice”’s  tegenhanger, de “Quadrange” EPs, hebben we misschien wel te maken met een beter werk dan het main menu. “Oversteps” kocht ik in de eerste week van maart in Tokyo, toen ik daar een week lang seminars gaf aan de Keio universiteit; de cd was nog niet uit in Europa; ik maakte van de gelegenheid gebruik en kocht ook de Japanse expanded editions van “Confield” (Æ’s chef d’œuvre), “Quaristice”, en het onvolprezen “Untilted”. Hieronder mijn impressies van toen van “Quaristice” en “Oversteps” (die laatste verscheen als recensie op webzine Neergeslagen Ogen):

Quaristice” (2xLP/cd)

Met het eerste nummer van hun nieuwe plaat zet Autechre ons meteen op het verkeerde been; het lijkt zo van “Amber” afkomstig. Beatloze elektronische ambient. (Dat geldt overigens ook voor de prachtige op Deathprod gelijkende coda van het laatste nummer.) Ook de daaropvolgende, tweede track, met een spastische accordion sound op een bed van blikkerige beats en cut-up vocals, had niet misstaan op eerder werk uit de jaren negentig. Te denken valt aan “EP7″ uit 1999, de dubbele 12” die op het cd format gewoon een volledig album was. Soepele edoch ‘twitchy’ voorstuwende IDM. Zo ook het nummer “Plyphon”, waarvan de verwrongen vocalen herinnert aan diezelfde dubbele EP, de enige plaat voorzover ik me herinner waar tot nu toe Æ vocalen liet klinken. Je merkt evenwel dat Æ sinds die tijd een aantal bijna gothic-industrial aandoende platen heeft gemaakt (zeker “Confield”, hun absolute meesterwerk), die hun doorslag vinden op “Quaristice”. Het is dus niet zo dat Æ terug naar af is, of toegeeft aan de altijd opnieuw klinkende kritiek vanuit de “Amber”-clutching fanbase dat ze bedacht moeilijk doen. Desalniettemin lijkt het alsof Æ een proces van zelf-citatie is begonnen (de track ‘rale’ lijkt zo van “Tri Repetae” af te komen). Bijna onvermijdelijk gezien de beperking opgegeven door de parameters waarbinnen ze kunnen opereren: hoe je het ook wendt of keert, de sound is gecentreerd rondom een plastische extensie, een ‘uittrekken en -rekken’ van ritme. ‘Perlence’ is een vroeg hoogtepunt, herinnerend aan “Confield” of de eerste paar nummers van het voor het overige magere “Draft 7.30”, het album uit 2003. D’r zit altijd een forward motion in bij een Æ track, maar het is nooit strikt lineair. Æ is zich bewust van de paradox van de perceptie van multi-dimensionaliteit: zonder een voorwaartse beat of pulse lijkt elke tegendraadse aanslag arbitrair en daar moet je je bewust van zijn. Exploratie geschiedt vanuit het bestaande. Noise is een bijproduct. Melodie is natuurlijk een oplossing, wat in Æ, die geen pop band zijn, altijd gedekt wordt door ambient geluid, textuur, als de a priori spatiale vorm (een soort software-informed mimesis van synthetic strings, waarvan het ruimtelijke veld op zijn minst een melodielijn suggereert). Wat goed is is dat het Æ vaker lukt om ritme en sound spatiotemporeel te vernetzen, zoals op het nummer ‘parallel suns’ (dat nog lijkt te neigen, zeker naar het einde toe, naar pure sound; maar luister naar de geluidjes in het begin: dat zijn technobeats in incognito). Het is niet zo dat je beat en sound in de muziek zelf separaat kunt aanwijzen, want zelfs een volledig beat-georiënteerde technoplaat kent zijn eigen idiosyncratische sound (Jeff Mills klinkt hoorbaar anders dan Robert Hood). Æ echter sound the beat, zonder zich erdoor te laten leiden (luister naar ‘Steels’ of ‘F0 13’). Daarom zijn de techno nummertjes als ‘Tankakern’ nog het minst interessant: gedateerd en insubstantieel, alsof Booth en Brown op een loos moment in de studio de backtracking even aanklikken. Is “Quaristice” een nieuw meesterwerk? Nu, met langgerekte miniatuurtjes zoals ‘F013’ (dat bijna psychedelisch genoemd mag worden en begint als was het een outtake van “Chiastic Slide”) en drum’n’bass exercities als ‘90101-5I-I’ behoort het tot de klassieke Æ canon, ofschoon het geen “Confield” is. Æ is de revolutie voorbij, en is op herhalingsoefening. Anderzijds, kan Æ eigenlijk wel een echt lor produceren?

Oversteps” (cd Beat Records [Japan]/2xLP box Warp)

Tegenwoordig krijg je bij voorbestelling lang voordat de fysieke cd (of lp) beschikbaar is al de MP3 files (en in dit geval ook de superieure 24 bit/96 kHz files) in je winkelwagentje. Dat blijkt bijna altijd een verkeerde impressie te geven van de actuele muziek: nu ook weer met de nieuwe Autechre. Hij is in Europa officieel nog niet uit, maar in Tokyo heb ik de cd al op 3 maart op de kop getikt (bovendien met een extra track, zoals gebruikelijke voor de Japanse versies). Over de stereo is de kennismaking eenmaal thuis dan toch weer fris, die de beluistering via de laptopspeakertjes doet vergeten. Autechre moet je in stereo beluisteren op de juiste apparatuur om de dichtheid en gelaagdheid van de sound te kunnen appreciëren.

Vaak wordt Autechre van moeilijkdoenerij beschuldigd—natuurlijk onterecht: want een projectie van eigen burgerlijke warsheid van complexiteit—en wanneer nu dan alom wordt gezegd, alsof men, om contrair te doen, teleurgesteld is, dat “Oversteps” veel toegankelijker is dan voorgaande platen (waarbij men “Quaristice” dan even vergeet, lijkt wel), is ook dat weer een misvatting. De sound van Æ op “Oversteps” is bedrieglijk open en melodisch. Het experiment is evenwel geenszins weggewimpeld, ook al doet de plaat somtijds denken aan hun eerdere pre-software tijdperk circa “Amber” en “Tri Repetae”, met een bijna melancholische intentionaliteit. Wat ik hoor, bijvoorbeeld op ‘See on see’ of ‘krYlon’, is polyfone muziek met referenties (of quasi-referenties) aan premoderne, renaissance muziek in het gebruik van toetsen/synths, een focus op textuur en minder nadruk op het percussieve. Soms lijkt het of Booth en Brown letterlijk op een treated clavecimbel spelen. D’r zitten een aantal non-descripte tracks tussen, zoals ‘Qplay’, maar al met al is “Oversteps” gewoon weer averechts Æ. Bloedmooi electronisch experiment dus.