Tortoise late stijl

dbcac-81oxkr3nlsl-_sl1500_

r-2287051-1318178505-jpeg

r-767659-1156728591-jpeg

r-1815008-1246475154-jpeg

Vroeg in 2016 was er opeens “The Catastrophist”, Tortoise’s laatste album, 7 jaar na “Beacons of Ancestorship” en 6 jaar nadat ze voor het laatst iets hadden uitgebracht (de smakelijke Japan-only EP “Why Waste Time” kwam in 2010 uit, in Tokyo op de kop getikt; luister vooral naar de Markus Ernestus mix van ‘Gigantes’ en de 13-minuten lange exclusieve track ‘Ice, Ice Gravy’ op die EP, die titel refereert aan het beroemd/beruchte nummer van faux-rapper Vanilla Ice, dat de 40-plussers onder ons nog wel kennen). “The Catastrophist” schittert door afwezigheid in alle officiële eindejaarslijstjes, en dat voor een band die in 1996 met “Millions Now Living” zeer hoge ogen scoorde bij menig criticus, en ook met opvolger “TNT” tot de verbeelding bleef spreken (ook bij mij eindigde “The Catastrophist” slechts op #17, maar hij staat er op z’n minst in).

Na “Standards”  uit 2001 werd Tortoise half vergeten, ofschoon in 2004 toch het weldadige “It’s All Around” (met z’n toepasselijke polychrome hoes met een afbeelding van een zalige jungle-omgeving) uitkwam, alsmede, in  2006, leuk tussendoortje “The Brave and the Bold”, met covers gezongen door Will Oldham (o.a. cover van ’n Elton John lied!), en, niet te vergeten, de essentiële verzamelbox “A Lazarus Taxon”, met remixes, the vroege “Gamera” EP, videos en wat dies meer zij.

Het eerste Tortoise-concert dat ik ooit bijwoonde moet, als ik me niet vergis, in 1994 of ’95 geweest zijn, in de toenmalige Sleep-Inn in Amsterdam, ten tijde van hun titelloze debuut-LP, die nog altijd imponeert; ik kan me herinneren dat al die verkwikkelijke polyfonie op de vibrafoon me toen niet echt raakte (of misschien wel irriteerde). Het laatste concert dat ik van ze bijwoonde was in the Royal Festival Hall in Londen, eind november 2009, toen ze op het London Jazz Festival optraden. Als je bedenkt dat die zaal meestal voor klassieke muziek en bedeesde wereldmuziek wordt gebruikt (met zitplaatsen die niet verwijderd kunnen worden), dan is het duidelijk dat Tortoise gaandeweg tot de gearriveerden is gaan behoren—post-rock indeed! (bizar dat ook Autechre afgelopen jaar in diezelfde zaal in het pikkedonker, zoals gebruikelijk bij hen, optrad). De heren van stand van Tortoise hebben hun positie als vaandeldragers van post-rock en Chicago avantjazz geconsolideerd en dat hoor je op de laatste cd.

Op “The Catastrophist” doet Tortoise niets wat je niet zou kunnen verwachten, als je hun back catalogue goed genoeg kent—alles klinkt natuurlijk als de hun eigen volledig beheerste gehomogeniseerde heterogeniteit, ofschoon de uitbundig-geniale electronically enhanced, en met ettelijke BPMs vertraagde, cover van David Essexs 70s MOR song ‘Rock On’ je even van je apropros brengt. Is dit pastiche of parodie? Potjandikkie, Tortoise “rockt”, edoch op postmoderne wijze, dus het kan, en da’s maar goed ook, want het luistert lekker weg.

Het andere vocale nummer, met Georgia Hubley (Yo La Tengo) als vocalist, vind ik minder geslaagd (hier wreekt zich overigens de inmiddels gebruikelijke compressed sound van late stijl Tortoise, die elders op de plaat geenszins stoort). Het titelnummer, waarmee de plaat van start gaat, is quintessentiëel Tortoise, met impliciete referentie aan eigen vroegere werk op de eerste twee platen (dub en electronica partout), maar dan met de funked-up sound design van een plaat als “Beacons”, de voorganger uit 2009. Nog duidelijker dan op die plaat blijkt dat de leden van Tortoise gewoon rasechte muzikanten zijn, als dat niet al van meetaf aan duidelijk was. De respectieve bijdragen van de instrumentalisten zijn altijd helder en distinct hoorbaar: neem bijvoorbeeld de gitaarlijnen van Jeff Parker op ‘Hot Coffee’ tegen een achtergrond van een strak ritme en coole synths, misschien wel de beste en mooiste track van de plaat. Het ademt een prettige grotestadssound: flair met voorwaartse drive.

‘Ox Duke’, met z’n exotische shuffle en optimistische riedel, had zo op het jazzy “TNT” gekund, net zoals het zacht fonkelende ‘The Clearing Fills’, met z’n lichtelijk verwrongen atmosferische coda éen van de letterlijk mooiste nummers van Tortoise überhaupt. Ook ‘Tesseract’ ademt een TNT feel. Maar vaak, zoals mooi gedemonstreerd op ‘Ox Duke’, met genoeg het klankenspectrum harmonisch opvullende vibrafonen en synths en het karakteristieke gedecideerde dubbele drumwerk, dat er zelfs bij zo’n relatief lankmoedig nummer als voornoemd ‘Ox Duke’ toch aardig inbeukt, al is het op gepaste wijze en niet overheersend. Er is ook plaats voor ietwat kolderieke synths + drums exercities zoals het korte ‘Gopher Island’. ‘Shake Hands With Danger’ is een aanlokkelijk, lichtelijk dreigend samenspel tussen wat lijkt op glockenspiel, matig distorted hard-jazz gitaarriffs en bot drumwerk. Een raar maar mooi nummer.

Enige echte tegenvaller is het nummer dat als pre-release track kon worden gestreamd: ‘Gesceap’ kan me niet overtuigen, teveel hinkend op repetitie en eigenlijk gewoon going nowhere. En Japan-only extra track ‘The Mystery Won’t Reveal Itself (To You)’ is Tortoise as in painting by numbers: waarschijnlijk uit het archief geplukt, in ieder geval een niemandalletje dat je niet mist als je gewoon de Europese versie hebt.

Al met al, volkomen onterecht dat bij de toekenning van prijzen afgelopen december “The Catastrophist” niet de lof heeft gekregen die het verdient.

Wat me overigens steeds verwondert is hoe Tortoise het voor elkaar krijgen een compressed-to-hell cd zo goed te laten klinken. Dat was ook al het geval bij “Beacons of Ancestorship”. Voor Cut-Up recenseerde ik die plaat in augustus 2009. Zie hieronder een screenshot van die recensie:

tortoise_-het-transparante-bewustzijn-van-geluid

b-tortoise_-het-transparante-bewustzijn-van-geluid

c-tortoise_-het-transparante-bewustzijn-van-geluid

d-tortoise_-het-transparante-bewustzijn-van-geluid

Een gedachte over “Tortoise late stijl

Reacties zijn gesloten.