The Wire Rewind 1997–2012

Op 1 januari 2013 schreef ik een bespiegelend stuk over 15 jaar The Wire’s “Rewind”. Voor mij is het een jaarlijks terugkerend ritueel van “analyzing & dissecting” van de meest relevante jaarlijst voor hedendaagse muziek (met lichtelijke tot zware avant-neiging). Ik zou het moeten updaten met de lijsten voor 2013–2016, maar dat is voor een andere keer [ED: binnenkort meer!]. Zie hieronder de tekst die ik nu precies vier jaar terug schreef over de top-10 van de jaren 1997 tot 2012. Sommige dingen zou ik nu anders beoordelen. O.a. wat ik zei over Jim O’Rourke: zijn laatste plaat “Simple Songs” (2015) bijvoorbeeld is een waar meesterwerk, zowel muzikaal als geluidstechnisch (een van de weinige pop/rock cds die regelrecht ‘audiofiel’ genoemd mag worden, zonder de gebruikelijke effecten van extreme limiting, i.e. loudness). Ook overdreef ik destijds mijn achteruitgang in interesse voor hedendaagse pop—ook dit is iets wat steeds lijkt terug te keren: een teleurstelling in pop als avant-stroming in de muziek. Er waren de afgelopen jaren hele periodes dat ik alleen maar Mahler, Bruckner, Brahms, Schoenberg, en strijkkwartetten (van Mozart tot Lachenmann) beluisterde, en nauwelijks een pop- of rockplaat aanraakte. En zo af en toe beleef ik die onvermijdelijke, onuitroeibare pop-oprisping, meestal naar aanleiding van wat ik lees in The Wire, RA of Dusted). 

Sinds 1993 lees ik The Wire, en sinds 1997 houd ik The Wire jaarlijsten, inclusief de “specialist genres” lijstjes, getrouw bij. Wat me de laatste twee jaar echter opvalt is hoe weinig mijn eigen keuzes van de beste albums van het jaar overeenkomen met die van de heren en mevrouwen cognoscenti van The Wire. De top-10 van 2012 herbergt zelfs geen enkele plaat die ik zelf ook heb of in mijn top-10 zou zetten [ED: de Carter Tutti Void en Ricardo Villalobos zijn niettemin voortreffelijke platen!]. Wellicht komt dat omdat mijn aandacht voor en interesse in ‘het vernieuwende’ in pop danig is afgenomen. Anderzijds meen ik een zucht naar het efemere in de pop waar te nemen, een behoefte mee te waaien met de mede door toegenomen toegang tot digitale technologie steeds sneller wisselende wacht in de gehypte wereld van de underground. Hoe verklaar je anders de keuze voor platen van Laurel Halo en James Ferraro, ondermaatse nietsnutters [ED: nu, Laurel Halo’s laatste Dust is bepaald niet verkeerd!], in de top spot?

Het is vijftien jaar sinds ik de eerste januari-uitgave van 1998—traditiegetrouw de maand waarin de Wire-lijsten verschijnen—aanschafte, dus tijd voor een terugblik. Welke platen blijken werkelijk klassiek en verdienden dus met recht een plek in de top-10 van elk respectief jaar?

7a9d2-wire97-12a-tiff

f259a-wire9712b-tiff

Het eerste te constateren feit is dat alle platen die Robert Wyatt (behoudens zijn jazzy uitstapje uit 2010) gedurende de afgelopen 15 jaar heeft uitgebracht, “Shleep”, “Cuckooland” en “Comicopera”, op #1 zijn beland. Wyatt is de lieveling van The Wire. En terecht natuurlijk. Wyatt weet nog altijd, met zijn lispelende zang en eenvoudige jazzy liedjes Engelse nukkigheid als vrolijkheid te verpakken. Een ander die opvallend veel aanwezig is Jim O’Rourke, die zowaar met 4 soloplaten vertegenwoordigd is (plus een plaat van Gastr del Sol). Gastr del Sol is redelijk bijzonder, maar Jim O’Rourke solo heeft me nooit echt geboeid (in tegenstelling tot zijn heel vroege experimentele werk). Doorspoelen wat mij betreft. [ED: onzin, “Simple Songs” uit 2015 is een meesterwerk!]

Dat geldt niet voor de onbetwijfelde rol die O’Rourke heeft gespeeld in een trits platen van Sonic Youth die zich kunnen meten met hun beste werk uit de jaren ’80, (zowel “Murray Street”, “Sonic Nurse” als “Goodbye 20th Century” eindigden hoog). Nu is “A Thousand Leaves”, waar O’Rourke voor zover ik weet ook niet bij betrokken was, niet bepaald een favoriet van me, maar het werd wel Wire plaat van het jaar 1998, net als “Murray Street” in 2002. “Goodbye 20th Century”, van een jaar daarna, met stip op #2, geldt voor mij als een hoogtepunt uit hun oeuvre: op een of andere manier zijn die composities van Cage, Wolff en Fluxus-figuren uitermate geschikt om de essentie van SY te laten horen—anders gezegd: met “Goodbye” laat SY gewoon horen dat ze in de traditie van de naoorlogse experimenteerdrift in muziek en soundart in de VS staan. Een andere Newyorkse experimentele band, NNCK, eindigde in 2001 op #10 met hun doorbrack “Sticks and Bones….”. Een meanderende en nogal wollige bluesplaat. Hun beste bleek “Clomeim” te zijn van een paar jaar later (2009 om precies te zijn): een ware tour de force in de “New Weird America” lijn van freak-avantgarde. Over New Weird America gesproken: afgezien van PG Six mis ik de platen van Sun Burned Hand of the Man, Six Organs of Admittance, Excepter, en Pelt, toch lievelingen van The Wire die door de jaren heen breeduit werden gecovered. De hoogste score voor een Sunburned plaat was voor “Rare Wood”, uit 2004, die op plek #23 eindigde. 2005’s “Wedlock” stond een plaatsje lager. Excepter’s “Alternation”, een regelrechte klassieker en éen van mijn persoonlijke favorieten [ED: sterker nog, nr 1 van de noughties!], eindigde op #25 in 2006.

Ook opvallend is dat drie jaar achter elkaar Arto Lindsay in de top 10 werd gekozen. Ik ken helaas geen van deze platen, waarin Lindsay meer van zijn tropicalia roots blijkt geeft; de laatste Arto Lindsay die ik heb is de prettig-hakkerige plaat “Aggregates” uit 1995, waar hij zich meer van zijn No Wave/Knitting Factory kant laat horen (vergelijkbaar met het ongeëvenaarde, experimentele “Locus Solus” van John Zorn, waarop Lindsay ook prominent aanwezig is) [ED: luister naar de fantastische compilatie cum live-dubbelcd “Encyclopedia of…” uit 2014 voor een selectie uit die tropicalia platen; de bijgevoegde live-cd is Lindsay in zijn appetijtelijke meest scratchy/noisy solo outfit—voor fans only!]. Maar wie luistert er tegenwoordig naar Roni Size? Of Cornelius? Laat staan Le Tigre. Dat zijn al met al geen blijvertjes. Twee keer MIA lijkt me twee keer teveel de Zeitgeist gedwongen trachten weer te geven. Terecht wel Plastikman’s “Consumed” en Porter Ricks, “Biokinetics”, in de lijst, die laatste in 2012 nog op vinyl heruitgebracht. Ook het meesterwerk “Matrix” van Ryoji Ikeda, in de top-10 van 2000, na “+/-” uit 1996 wellicht zijn beste. En natuurlijk is daar Mouse on Mars meesterwerk “Autoditacker” uit 1997. Al mis ik wel andere electronica platen zoals “Zauberberg” (in 1998 overigens wel op #25) en “Königsförst” van Gas, “Sturm” van Sturm en de platen van Basic Channel, Oval en Pan Sonic en de primitieve electropop van Add N to X, om ‘ns wat te noemen (de voortreffelijke en cruciale Maurizio cd uit ’97 kwam uit op plaats #45, en Pan Sonic’s “A” uit ’99 viel net buiten de boot; Add N to X’s meesterlijke “On the Wires of Our Nerves” stond op plek #28 in de 1998-lijst).  Pole’s magistrale clicks ’n cuts debuut “LP1”, op #2 in 1998, is een klassieker uit de electronica, maar dat waag ik van het werk van  Kid606 te betwijfelen.

Van de vroege lichting Mego albums is de enige die in bovenstaande lijsten figureert het relatief onschuldige, doch invloedrijke en populaire “Endless Summer” van Fennesz, een evenwel belangrijk monument voor de huidige, post-2000 laptop electronica. Helaas geen General Magic, Pita of Farmers Manual (hoewel die laatste wel in de top-50 van ’97 stond op #15, alsook General Magic’s geniale “Frantz!” op #33; Pita, met digital noisefest “Get Out”, stond dat jaar op #16. Wel van de nieuwe garde Mego-ers Bill Orcutt en Oneohtrix Point Never; die laatste zelfs twee jaar achter elkaar met de verrukkelijke analogue synthscapes van “Rifts” en “Returnal”, ofschoon ik zijn opvolger “Replica” (2010) misschien nog wel beter vind—maar die valt op door afwezigheid). Ook opvallend is de presentie van Kevin Martin met 2x The Bug, in 2008 nota bene op #1, en later met de plaat van King Midas Sound. “London Zoo” was een aardig doortimmerd werk, maar of we dat over 10 jaar nog eens opzetten waag ik te betwijfelen [ED: zeker wel!]. En waar is Autechre? “Chiastic Slide” uit 1997 stond net buiten de top-10; “LP5” van het jaar daarop was überhaupt nergens te bekennen; hun latere platen stonden meestal wel ergens in de top-50, ofschoon het onbegrijpelijk is dat hun meesterwerk “Confield” geheel en al ontbreekt.

Hiphop: Madvillain’s absoluut geniale “Madvillainy” uit 2004 kwam niet verder dan #26, terwijl het relatief mindere Ghostface Killah en Outkast veel hoger scoorde: beide staan in de top-10 van 2000, sowieso een top jaar voor rap: Anti-Pop Consortium’s bijtende “Tragic Epilogue” haalde de topplek. Maar Cannibal Ox met het door El-P geproduceerde “The Cold Vein”, op #2 in 2001, mag misschien wel de beste hiphop-plaat van de laatste 15 jaar heten. Anderzijds is dat niet zo moeilijk—het valt op dat hiphop geheel ontbreekt in de lijsten van sinds pakweg 2004, en daar is een objectieve reden voor, dunkt me [UPDATE: een heropleving schijnt nu gaande met totaal overschatte dingen zoals Kanye West, en de plotselinge kritische waardering voor r&b mediocrité zoals Beyoncé, Solange en een lichting mindere goden zoals SZA; het zal de moralistische tijdgeest zijn; maar anderszijds zijn er ook het magistrale MF Doom en de meer populaire Kendrick Lamar en nog zo wat]. Hiphop-afgeleiden zoals MIA en Dizzee Rascal lijken me vooral plichtmatig gekozen om hun uitdrukkingskracht van het hippe moment; dergelijke platen plegen hun historische context niet te ontstijgen; bovendien vind ik de vroege Wiley, aartsrivaal van Dizzee Riscal, stukken beter. Missy Elliott klonk destijds leuk, maar ik draai het eerlijk gezegd nooit meer.

Ariel Pink kwam slechts 1 maal in de top-10 terecht, met doorbraakplaat “Before Today” in 2010. “Worn Copy” uit 2005 haalde het net niet en “Mature Themes”, zijn beste dunkt me, kwam slechts op #30. Over Ariel Pink gesproken: naarmate Animal Collective, in het begin nog de lievelingen van The Wire-scribenti, populairder werden bij het grote publiek, raken ze steeds verder verwijderd van de topplekken. Stond “Sung Tongs” nog op #5 in 2004, en “Feels” zelfs op #3, het jaar daarop, opvolger “Strawberry Jam” (hun zowaar niet onaardige schreeuwtherapieplaat uit 2007) viel op door afwezigheid, net zoals hun laatste “Centipede Hz”, een draak van een plaat overigens [ED: onzin, Centipede is een fantastisch noise-werkje!], terwijl doorbraakalbum “Merriweather” 3 jaar geleden gek genoeg niet hoger kwam dan #30.

Verder moet genoemd: het verrukkelijke laptop-plaatje van all-woman band The Lappetites (met Eliane Radigue in de gelederen!), Tetuzi Akiyama’s uitmuntende boogie-plaat, maar dan natuurlijk op z’n Japans, met veel noise; Rangers‘ top hypnagogic plaat “Suburban Tours”Simon Reynolds’ favoriet van dat jaar en dat moet genoeg zeggen over het prettige popgehalte van dit album vol primitief gitaristische vergezichten. Andere blijvers zijn onder meer: Ben Frost’s “By The Throat” [ED: opvolger “Aurora” uit 2014 is krankzinnig goed en “The Centre Cannot Hold” nog beter], The Caretaker, Asa-Chang & Junray, Sunn O))) (hoewel de niet genomineerde “Black One” stukken beter is dan “Monoliths”), Om (met twee LPs), John Tilbury & Sebastian Lexer (ofschoon Lexer’s solo-plaat “Dazwischen” me meer bekoorde), Chris Watson, beide Burial LPs, John Butcher’s “Resonant Spaces”, Otomo Yoshihide’s “Cathode”, The Fall met “The Unutterable”, Scott Walker’s “The Drift” (zijn laatste, het zo mogelijk nog krankzinnigere “Bish Bosch”, haalde het jammer genoeg net niet) en natuurlijk Lou Reed & Metallica’s “Lulu” (seriously!). Over Gang Gang Dance twijfel ik nog steeds—ik draai het plaatje nauwelijks, maar apart is het wel. Boards of Canada: leuke muzak! [ED: kom op, BoC’s “Geogaddi” is redelijk geniaal en vooral het nummer met mijn geboortejaar als titel!; hun laatste “Tomorrow’s Harvest” is  wederom fantastisch dystopisch]

Hospitals “Hairdryer Peace”, een fuzzy noisepop plaatje van jewelste, is opmerkelijk. Volgens mij nergens anders ook maar enigszins gelauwerd. Onderkend en onderschat. En natuurlijk onvermijdelijk: Hype Williams, dat met “One Nation” (2011) wazige neuzel-r&b weet te presenteren als optimale conceptuele avantgarde. Je weet niet of je het mag waarderen of moet desavoueren en dat bevestigt waarom de lijstenbrijers van The Wire er terecht mee weglopen. Hype Williams is muzikaal 0,0 maar modern door en door. En het luistert oh zo makkelijk weg. POP!

Wat meer Supersilent (persoonlijke favoriet) zou passend zijn geweest, hoewel de Deathprod box veel goedmaakt. Wolf Eyes met zowel “Burned Mind” als “Human Animal”, die laatste een van de beste 10 platen uit de noughties, in de top van de lijsten is volkomen terecht. Hoe anderzijds Phonopsychographdisk zo hoog scoorde mag joost weten. Ik heb die cd ooit gehad, maar er moet een reden voor zijn geweest dat ik ‘m weg heb gedaan. Misschien onterecht. Totaal overschatte plaat is natuurlijk Battles “Mirrored” [ED: na ja, zo slecht is het niet; luister vooral ook naar die debuut EPs]. En drie keer David Sylvian, in ’99, ’03 en ’09, is dat wel gezond?—alle drie platen heb ik in m’n bezit, maar nog steeds vind ik het niets. Het is waarschijnlijk die platte stem. De laatste, “Manafon”, is daarbij ook nog ‘ns “gemaakt” avantgarde (of waren ze dat alle drie?): gejatte improv-sessies met de stem er letterlijk bovenop geplakt (cf. Mark Wastells commentaar).

En Rustie, serieus? En waarom in hemelsnaam tot twee keer toe Actress wordt verkozen tot een van de beste platen van het jaar, en in 2010 zelfs op nr. 1 ontgaat me ten enenmale [ED: nu, dit is wat ik bedoel; ik ken die “Splazsh” en “RIP” maar oppervlakkig, maar 3e plaat “Ghettoville” uit 2014 is ronduit geniaal en beluister ik nog vaak, verklankte grotestads-dystopie par excellence]. Bob Dylan, zowaar?? Over smaak valt gelukkig genoeg te twisten, maar Dylan in The Wire gaat me te ver.

Mijn keuze uit bovenstaande lijsten (en ik zeg er nadrukkelijk bij dat dit niet noodzakelijkerwijs overeenkomt met mijn eigen keuzes van de laatste 15 jaar):

1. Wolf Eyes — Human Animal (2006)

2. Deathprod — Deathprod box (2004)

3. Cannibal Ox — The Cold Vein (2001)

4. Tetuzi Akiyama — Route 13 to the Gates of Hell: Live in Tokyo (2005)

5. Keith Fullerton Whitman — Disingenuity/Disingenuousness (2010)

6. Oneohtrix Point Never — Rifts (2009)

7. Porter Ricks — Biokinetics (1997)

8. Mouse on Mars — Autoditacker (1997)

9. Kevin Drumm  — Necro Acoustic (2010)

10. Hype Williams — One Nation (2011)

 

Advertenties