Space Afrika—Somewhere Decent to Live

SPACE AFRIKA—Somewhere Decent to Live (Sferic, LP)

Op de valreep van het nieuwe jaar ontdek ik nog wat zowaar mijn ‘plaat van het jaar’ lijkt te zijn; mijn eindlijstje ga ik evenwel niet meer veranderen. De plaat kwam al in maart uit, maar ik geloof dat er behoudens interviews in Fact Magazine en Loud and Quiet in de media (los van de hype der distributeurs) nauwelijks aandacht aan besteed is—ik heb geen recensies gezien.

De impact is direct en alle hokjes die bij mij een lampje doen branden, worden aangekruist. Waanzinnig diepe doch uiterst subtiel gearrangeerde low end, zeer spaarzaam geplaatste kick drums als ze al aanwezig zijn, een abstract-klinische vernislaag ambachtelijk over het geluidsspectrum uitgesmeerd, public address vocal samples en een verfijnd en uitgekiend sound design dat—even los van het feit dat Space Afrika bepaald geen post-rock is—in een zeker opzicht sterk aan de uitgesponnen lange lijn van een aantal tracks op Codename: Dustsucker, het tweede album van Bark Psychosis uit 2004, doet denken; het is de uitdrukking die op beide platen aan de grote stad wordt gegeven waar de overeenkomst ligt.

Bark Psychosis—Codename: Dustsucker (Fire 2004; binnenhoes)

Het sound design op Somewhere Decent to Live is allesbepalend voor het redelijk unieke geluid van dit tweede album van Space Afrika. John Twells omschreef de plaat in zijn hierboven gelinkte Fact-interview perfect als een ‘foggy collection of neon-lit ambience and deadly low end pressure’. Vergelijkingen met de meer ambiente werken van Basic Channel en de Deepchord/Rod Modell nexus liggen voor de hand; fans van die formaties moeten onverwijld naar Somewhere Decent to Live luisteren. Ook Lee Gamble’s geniale Diversions 1994–1996 uit 2012 wordt als een referentiepunt gezien, hoewel die plaat door een velociteit en een door tape-degradatie veroorzaakte duizeling wordt gekenmerkt die afsteekt tegen de veel cleanere sound van Space Afrika. Maar de karakteristieke sfeer van Diversions ademt ook door Somewhere.

De technische middelen die een artiest tegenwoordig ter beschikking staan, kunnen leiden en leiden inderdaad ook vaak tot gemakzucht en goedkoop effectbejag. Ik noem als voorbeelden dit jaar de volledig overschatte Sophie, maar ook bijvoorbeeld de hyper-marketing-noise van een Amnesia Scanner, aan wier excessiviteit ik nog wel een bepaald genot kan beleven—het multimediale dan wel sociaal-politieke spektakel is bij beiden belangrijker dan de muzikale inhoud; anders gezegd: het kunstzinnig belang wordt onttrokken aan het politieke karakter ervan, niet aan het werk zelf. Het is makkelijk om lawaai als vehikel van je ideologie te produceren en die als progressief te marketen, juist ook met de sophisticated music software van nu. Het is ook heel makkelijk om met al dan niet sociaal bepaalde statements te scoren en succes te boeken. Het is veel moeilijker om een signature sound te ontwikkelen. Dat vraagt om technische know how, maar vooral ook om muzikaal en estetisch inzicht. Natuurlijk is vorm in de (non-vocale) electronische popmuziek essentieel, maar het moet gedreven worden door de innerlijke kunstzinnige doelmatigheid ervan, niet door een uiterlijk bepaalde boodschap.

Wat Space Afrika—het duo van Josh Reidy en Joshua Inyang—op Somewhere bewerkstelligen is mutatis mutandis wat Burial een decennium eerder op briljante en onvergelijkbare wijze deed op zijn debuut en tweede plaat Untrue. Burial verklankte de impressies van het ordinaire subject van de duistere en onaangename kant van de moderne metropool, Londen in het bijzonder: niet in het minst de uitgestrektheid ervan (en de toen al relatief dure Londense underground) en de duur en navenante omgevingsimpact op de ervaring van een nachtelijke post-rave of post-concert busrit (de goedkopere weg) op het bovendek van zone 1 naar zone 6 (hoe verder weg, hoe minder bedeeld) kon je afhoren aan de sound. De vroege Burial was Wagner voor garage-aficionados, en wonderwel vrij snel ook voor popliefhebbers die niet veel kennis hadden van de Londense underground die aan de basis van zijn sound ligt. Ik noemde Untrue al eens Götterdämmerung in McDonalds. Als geen ander wist Burial het psychogeografische karakter van muziek om te zetten in bedwelmende etherische soundscapes met de populaire middelen van two-step en garage.

Dub is het geijkte middel waarmee het moderne wordt gereïnscribeerd in het bestaande, maar nooit als hetzelfde. Net als dubstep de duisterder en experimentele variant op de two-step was en Gamble’s voornoemde Diversions de lassen van de jungle openlegde, geldt Space Afrika als post-techno, preciezer: post-dub-techno. Het is technisch gesproken dub-techno, maar in een vorm waarbij—zeker op deze tweede LP—vrijwel alle techno-elementen zijn weggehaald dan wel geminimaliseerd, tot hun kern zijn teruggebracht. De ambience wordt scherp geaccentueerd, met een renaissance-oog voor detail. Niet nevelachtig, met teveel reverb, maar cool abstract, gedistantieerd omlijnd.

Space Afrika maakt ook veelvuldig gebruik van field recordings en dat—als onderdeel van het specifieke open sound design—geeft de muziek haar expressieve spatialiteit. Het voldoet natuurlijk niet aan het stereotype van field recordings alsof alleen landelijke en onherbergzame plekken in de natuur geëigend zouden zijn (en dan alleen puur, zonder post-editing): Space Afrika’s Somewhere Decent to Live is techno, in welke vorm dan ook, gereconstrueerd als urban field recording (Nonplace Urban Field?) of beter nog urban ambient. Space Afrika bedrijft, net als Burial voorheen, structurele stadssociologie.

Bij alle formele overeenkomsten is er ook een essentieel verschil met Burials zogenaamde hauntological sound. Op zowel Untrue als het debuut hangt bij alle schittering in de avondschemering een sfeer van ongemak en wanhoop, angst voor wat nog moet komen maar tegelijkertijd weemoed naar wat voorbij, definitief verloren is (of lijkt).

Dit nostalgische element is grotendeels afwezig bij Space Afrika. Space Afrika staat geheel in het nu (en is derhalve niet eens retrofuturistisch, zoals de klassieke Detroit techno). Er is meer intentionele afstandelijkheid en derhalve meer ruimte voor interpretatie van de kant van de luisteraar van de sound—datzelfde geldt op vergelijkbare wijze voor Lee Gamble’s Diversions, dat weliswaar ook net als Burial terugkijkt maar daarbij inzoomt op jungle’s fissuren, niet terugverlangt naar de hoogtepunten die voorbij zijn. Waar Burial de directe uitdrukking is van een romantische gebroken subjectiviteit, in passieve reactie op de overweldigende effecten van het kapitalisme op de grote stad, die een soort onontkoombare retraite of depressiviteit af lijken te dwingen, is Space Afrika moderner, staat cooler, excentrischer tegenover de gentrified metropool, gaat meer impressionistisch en ongedwongen om met zijn omgeving en laat zich er niet geheel door bepalen, maar weet zich door de nachtelijke omzwervingen—met hand-held recorder in de hand—juist opnieuw geïnspireerd.

Maar dat gesuggereerde ideologische onderscheid met Burial hoeven we natuurlijk niet zo strak te nemen. Burial kan anderzijds namelijk, juist in zijn ogenschijnlijk romantische retraite in het belevende subject dat zichzelf ook niet zeker is (er is vaak gesproken in dit verband over de fluïditeit die spreekt uit de autotuned R&B vocalen op Untrue), als de kritischere worden beschouwd. Er is namelijk iets raars, zo niet pervers, aan de coolness van de ongedwongen beleving, vanuit het zich onproblematisch wanende subject, van de van kapitalistische effecten niet gespaard blijvende stedelijke samenleving. Maar Space Afrika lijken deze mogelijke dialectische cul-de-sac wel degelijk in acht genomen te hebben: op het toepasselijk genoemde Drēd (=dread), het laatste nummer op de plaat, maken ze een pas op de plaats, en geven ze muzikaal uiting aan een zekere terughoudendheid of misschien zelfs inderdaad wel vrees voor de toekomst, zonder van hun signature sound af te wijken. De coolness of dread, kritische coolness, zonder dat de ambient techno die hieraan uitdrukking verschaft per se dark ambient moet zijn, dat dreigt te zwelgen in mineur.

Basic Channel legde midden jaren negentig de ziel van het nieuw opkomende post-hereniging Berlijn bloot. Burial deed dat ruim 10 jaar geleden voor het zuiden van Londen tijdens de ‘gouden’ Blair jaren, Space Afrika bewerkstelligt hetzelfde op Somewhere Decent to Live voor het nachtelijke moderne, gentrified Manchester van nu, een van de mooiste en heden ten dage meest aangename steden van Engeland, waarvan de grauwe, deprimerende kanten als post-industriële relikwie 40 jaar geleden nog door Joy Division subliem op plaat werden verklankt. Beluistering met koptelefoon is aanbevolen, speciaal voor de excentrische subjectieve ervaring!