Jon Wesseltoft & Balazs Pandi — Terreng

Dit toffe plaatje, dat eind april op vinyl (en natuurlijk digitaal) uitkomt op het onvermoeibare Nederlandse label Moving Furniture, laat goed horen dat de hedendaagse improv underground alive ‘n’ kicking is. Je moet er alleen naar zoeken, want behoudens een blad als The Wire of Dusted zullen de gebruikelijke media ’t je niet voorkauwen, en eerlijkheidshalve doe ik dat zelf zoeken, bang dat je iets belangrijks over het hoofd ziet, al een hele tijd niet meer zo intens als pakweg tien jaar geleden. Ik ben tegenwoordig al lang blij als er een mooie experimentele plaat op mijn pad komt, doordat iemand me erop wijst of door een of andere serendipiteit. En dan is het des te leuker als de muziek je bovenmatig verrast en intrigeert.

En dat doet Terreng, het resultaat van een samenwerking tussen de Noor Jon Wesseltoft en de Hongaarse drummer Balazs Pandi. Ik ken het werk van beide heren niet (excuus), maar getuige hun œuvre is het duidelijk dat we hier met muzikanten te maken hebben die hun spoor in het internationale circuit al uitgezet hebben: Wesseltoft heeft samengewerkt met o.a. C. Spencer Yeh, Lasse Marhaug, Okkyung Lee en Maja Ratkje (met platen op Important en Feeding Tubes bijvoorbeeld) en Pandi drumde bij Mats Gustafsson en Merzbow en is bandlid van het roemruchte experimentele noise-gezelschap To Live and Shave in LA.

Terreng laat over de lengte van twee perfect getimede LP sides, bij elkaar iets meer dan een half uur, een dwingend biologerend maar toch verfrissend geluid horen. Doorheen de twee tracks zijn we getuige van een uiterst micrologische focus op geluid, maar tegelijkertijd wordt van meetaf aan een lange lijn gecreëerd die ervoor zorgt dat je aandacht constant wordt vastgehouden en niet verzuipt in het detail, wat niet altijd het geval is bij geïmproviseerde muziek. Terreng heeft het hypnotische van de beste electronica en het vrij-muzikale van improvisatiemuziek.

Het is me niet geheel duidelijk hoeveel compositie gepaard gaat met de duidelijk improvisatorische feel van de muziek—zowel de electronica als natuurlijk de percussie—of hoeveel concept erachter schuilgaat; een ding is duidelijk: beide muzikanten geven de impressie volledig op elkaar ingespeeld te zijn. De uiterst subtiele ritmische patronen die de percussionist uitzet sluiten nauwgezet maar intuïtief aan op het op het viscerale niveau opererende electronische weeftapijt dat Wesseltoft uit zijn machinerie tovert. Een opvallend kenmerk, dat de twee tracks ook zo prettig maakt, is dat het nergens overdaad wordt. Alles past, zonder dat er te veel over nagedacht lijkt te zijn: het is systeemmuziek die volstrekt intuïtief werkt, waarbij het subject zich laat leiden door het gegenereerde materiaal. Dat is dan ook een wezenlijk verschil met standaard improv, waarbij deze of gene muzikant in een duo of groep vaak nogal de neiging heeft om zichzelf op z’n eigen eiland terug te trekken, waardoor er spanningsgaten vallen in de muziek. Van dat soort solipsisme is hier, op Terreng, geen spoor te bekennen.

Anderzijds zou je daar tegen in kunnen brengen dat op Terreng grosso modo weinig muzikale variatie tentoongespreid wordt, waardoor ook minder het risico gelopen wordt te ontsporen. Maar dat zou de muzikale intentie—een zekere monomaniacale concentratie, zoals in drone-muziek—onrecht aandoen. En als je goed oplet is—zeker in track 2—de percussieve variëteit die de drummer ten gehore brengt juist groot. Ook de noise-elementen die, à la John Wiese, heftig doch beheerst het sonore electronische geluidsspectrum gaandeweg doorboren, weerspreken het beeld van saaie repetitie. Het is geen vrije improvisatie (free jazz) in de gebruikelijke zin, maar Terreng heeft het merkteken ervan, terwijl het ook de onbevangen noise-, drone- en electronica-aficionado aan zal spreken.

En dan opeens houdt de muziek op! Het is alsof je gedurende ruim een half uur hebt ingezoemd op een uitzending van een intens optreden van een modernistisch opgetuigd gamelan-ensemble of even bent binnengestapt tijdens een denkbeeldig comeback-concert van Theatre of Eternal Music/The Dream Syndicate.

Als je van spannende electro-akoestische improvisatie en/of de meer avontuurlijke electronica houdt is deze LP een no-brainer. Leuke hoes trouwens!