Onbeminde meesterwerken (III): The Nightblooms — s/t (1992)

In een reeks recensies wil ik platen bespreken die niet behoren tot die platen die algemeen beschouwd worden als een artistiek en/of commercieel succes, of gewoon in de geschiedenis van de rock vergeten zijn. Dat kunnen platen van bekende bands zijn die doorgaans als hun minste of een van hun minste gelden dan wel platen van relatief onbekend gebleven bands. Het gaat in alle gevallen om platen die mijns inziens onterecht afgekraakt zijn of om een of andere reden onder de radar bleven. Vorige keren besprak ik Slo•Blo van Cell en Surgery‘s Shimmer. Nu is het de beurt aan het Nederlandse The Nightblooms met hun titelloze debuut-LP uit 1992.



The Nightblooms, voortgekomen uit de Deventer rockscene, is Neerlands waarlijk one-and-only shoegaze-band, in ieder geval uit de periode in de UK-muziek waarnaar die term verwijst: pakweg van 1989 tot 1992. Maar dat is met name te danken aan de debuutplaat en een aantal singles die daaraan voorafgingen. Hun tweede en laatste plaat 24 Days At Catastrofe Café uit 1993 is veel minder geïnspireerd op de sound du jour uit die periode, en put veeleer uit een rootsier en tegelijkertijd poppier vaatje (je zag overigens dezelfde ontwikkeling richting Britpop in de UK). Het is geen hoogvlieger wat mij betreft (Pieter van Adrichem was een stuk positiever over die plaat destijds in OOR). Ik zal het hier daarom alleen nog hebben over de vroege Nightblooms, en met name over de titelloze debuutplaat uit 1992.

De directe aanleiding voor deze blogpost waren eigenlijk de Nederlandse albumlijstjes die ik eind vorige maand postte. The Nightblooms schitterden door hun afwezigheid in alle 50 lijstjes. Ook ikzelf had die debuutplaat vergeten voor mijn eigen lijstje in overweging te nemen, en ben pas naar aanleiding van een opmerking van Leo Wubbolt weer eens gaan luisteren. Ik heb ‘m de laatste 2 weken veelvuldig gedraaid en raakte weer opnieuw in extase.

Eerst wat achtergrond. Gitarist Harry Otten zat in de vroege 80s postpunkband Alerta. Hoewel bepaalde elementen terug te vinden zijn in het latere werk van The Nightblooms, is Alerta duidelijk meer schatplichtig aan de invloed van postpunk: rauwer, hoekiger, puntiger en eerlijk gezegd ook iets gedateerder, met die vocale sound effects en een enigszins new wave-achtige sheen die over delen van de plaat heen hangt. Anderzijds, met de periodieke heropleving van de postpunk sound klinkt Alerta wellicht weer uiterst actueel. Hun enige LP In the Land of a Thousand Pretty Dreams is opgenomen in Joke’s Koeienverhuurbedrijf, en ofschoon men in de verte overeenkomsten kan horen met de punksound van Zowiso, Svätsox en anderen uit de Wormer-scene, heeft Alerta een vrij uniek geluid temidden van de Nederlandse punk. Een geenszins te onderschatten plaat in de geschiedenis van de Nederlandse punkrock. Maar met The Nightblooms slaat Harry Otten, samen met drummer Leo Morselt (van voorheen Three Clouds in the Sky, dat ik verder niet ken; medebandlid Ton Rutten zat ook in Alerta), bassiste Petra van Tongeren en zangeres Esther Sprikkelman, een geheel andere weg in.

In A Land Of A Thousand Pretty Dreams (Welfare Factory 1983)

De eerste single die The Nightblooms uitbrachten was Go Eliza, in 1988. Op deze single klonken ze opvallend als My Bloody Valentine, die precies dat jaar hun eerste meesterwerk, Isn’t Anything, uitbrachten. Net als die laatste prefigureerden The Nightblooms al met die eerste single de typische shoegaze sound die een jaar later opeens de kolommen in de Britse bladen vulden—en dan met name NME, dat shoegaze bandjes veelvuldig besprak en pushte: vederlichte feminiene vocalen—van Esther Sprikkelman—temidden van staccato drums en een schrille, echoënde gitaarsound. Go Eliza is een mooie single, maar klinkt nog niet zo goed als het latere werk.

Go Eliza 7″ (1988)

Het (relatieve) succes en de bekendheid namen pas een vaart met de release van de volgende single, twee jaar later: Crystal Eyes, tijdens de hoogtijdagen van shoegaze. Ride, Slowdive, Chapterhouse en Lush, en ook My Bloody Valentine (met de revolutionaire Glider EP) brachten dat jaar belangrijke LPs en 12″s uit. Crystal, dat verschijnt op het Welsh label Fierce Recordings van Steve Gregory (ook van Pooh Sticks), kenmerkt zich door dezelfde snerpende en galmende gitaarsound en melodieuze feeërieke zang als waarom voornoemde bands bekendstaan. Het nummer haalde zelfs het befaamde (door mij destijds frequent bekeken) MTV 120 Minutes (zie video hieronder). Let op de whammy-bar solo van Otten halverwege. B-kantje Never Dream At All doet er nog een schepje bovenuit en kan zich meten met de meest furieuze MBV-track: een muur van feedback en ratelende drums—ofschoon de finesse van laatstgenoemde band natuurlijk onevenaarbaar is.

Crystal Eyes 7″ (1990)
Crystal Eyes (video op MTV 120 minutes)
Never Dream At All (B-side Crystal Eyes 7″)

De track Crystal Eyes verscheen ook op een comp die in handen kwam van John Peel. En met een invitatie van Peel was je paadje geplaveid. The Nightblooms zijn in Nederland (voorzover ik mij kan herinneren) ondergewaardeerd gebleven—in de OOR-jaarlijst van 1992 ontbreekt de debuutplaat ten enenmale, zelfs de UK-specialist Oene Kummer van toen, die ook voor OOR de recensie van de plaat schreef (OOR 14 1992), vermeldt het album niet in zijn jaarlijstje. In de UK en VS daarentegen vindt de band meer succes, met toernees en uitgebreide interviews in de top-indiebladen. Ze treden zelfs op in het voorprogramma van Ride. Uiteindelijk worden er zo’n 14.000 exemplaren van het debuut verkocht. Die Peel-sessie zal daar, naast de single, ongetwijfeld toe bijgedragen hebben.

Peel Session 1990

In 1991 verschijnt dan de Butterfly Girl EP, waarop opnieuw de single Crystal Eyes staat, naast het nummer One Weak Moment, en twee tracks die een jaar later ook op de debuut-LP zullen staan. One Weak Moment had, wederom, zomaar een b-kantje van My Bloody Valentine kunnen zijn. Het is allemaal wat minder gelaagd, maar de gitaarsound is herkenbaar shoegazy. De tracks Butterfly Girl en Blue Marbles zijn doorwrochter en vooral bij Butterfly Girl klinkt vroege Lush en vooral Slowdive heel erg door en laat het nummer zich in z’n 8 minuten +-versie op de LP zelfs enigszins als de post-rock aanhoren waarmee Bark Psychosis voor ’t eerst op hun Scum 12″ (die 1992 uitkwam) experimenteerde: een lange, zacht beginnende intro van double-tracked zang en de spookachtige klanken van wat tapeloops lijken met eenvoudige begeleiding van de gitaar dat pas na ruim 5 minuten overgaat in de drone sound van het eigenlijke liedje, op hetzelfde ritme en zeker harder maar nooit echt losbarstend. Betoverend eenvoudig in zijn effect.

Butterfly Girl EP, 1991
One Weak Moment (van de Butterfly Girl EP, 1991)
Butterfly Girl (demo version)
Butterfly Girl (8 minuten LP-versie)

Simon Reynolds was lovend over die 8 minuten van Butterfly Child in zijn recensie van de LP voor het Amerikaanse SPIN (in het mei-nummer van 1993), hoewel minder enthousiast over de rest van de plaat, waarover hij schreef dat het vergeleken met Butterfly Girl “te energiek” en “te weinig tovenarij” laat horen (onterecht, vind ik). Over Butterfly Girl zegt hij: “Butterfly Girl is one of the most enchanting and unnerving songs I’ve heard in years. It starts as an ambient drift of iridescent guitar-chimes and Esther Sprikkelman’s spritelike vocals, which are treated and looped to form a ghostly roundelay. Then this ambient idyll is shattered, exploding into a jagged ballad, with guitarist Harry Otten churning up an avalanche of Daydream Nation debris.”

In tegenstelling tot wat Reynolds beweert over de rest van de plaat zijn er meer pareltjes te ontdekken. De manier waarop het eerste nummer van de plaat (59#1) begint met een halve minuut feedback, na bijna een minuut de drums hard erin komen, en dan bij 2:24 een ongelooflijk felle gitaarsolo wordt geïntroduceerd, is ijzingwekkend goed. Ontzettend strak gespeeld, is dit nummer een schoolvoorbeeld van hoe je de shoegaze sound neerzet. Dynamisch, een striemende gitaarsound en met 3 1/2 minuut precies de juiste lengte.

59#1 (van s/t LP 1992)

De track Blue Marbles, met een stevig maar droog meppende Leon Morselt, prachtig gitaarwerk wederom van Harry Otten en samenzang van Sprikkelman en bassiste Van Tongeren, is een droom van een noise/psychpop-nummer. Zie hieronder een VPRO-clipje van de track.

Blue Marbles (van s/t LP 1992 — video is van VPRO-opname)

Het fantastisch jachtige en in de zang atonaal aandoende Starcatcher klinkt akelig als een om het even welk nummer van de What To Do About Them EP of Blonder Tongue Audio Baton LP, uit respectievelijk 1992 en 1993, van de geniale Amerikaanse shoegaze-band Swirlies, een persoonlijke favoriet (ook op de track Sisters hoor ik de Swirlies terug). Hier hoor je dat The Nightblooms niet alleen een lijntje met de UK-scene hadden, maar ook goed naar de 80s US gitaarrock hadden geluisterd, reden ook waarom ze relatief goed boerden in de VS met o.a. een toernee. Net als bij Swirlies en een hele hoop andere bands uit de vroege 90s lichting US guitar rock bands zijn met name de atonale grotestadsnoise van Sonic Youth en Dinosaur Jr. hoorbaar in het genetisch materiaal van The Nightblooms doorgedrongen, zonder in epigonisme te verzanden.

Starcatcher (van s/t LP 1992)
Sisters (van s/t LP 1992)

Voorlaatste nummer A Thousand Years is wederom een prachtig staaltje ingehouden feedback aan het begin, dubbele vocalen (ook bassiste Van Tongeren zingt mee), een felle gitaardeken, en een prachtige melodie. Top track. De plaat sluit passend af met een droomachtige coda in de vorm van He’s Dead.

A Thousand Years (van s/t LP 1992)
He’s Dead (van s/t LP 1992)

De debuut-LP van The Nightblooms is een vergeten parel uit de Nederlandse rockgeschiedenis die een herwaardering verdient. Ik heb de originele compact disc die op het Britse Fierce uitkwam, en hij klinkt fantastisch en crankable, zoals bijna alle cds van vóór de loudness war. Die cd is helaas allang deleted en ook tweedehands maar mondjesmaat te verkrijgen. Hopelijk ziet een of ander label de gelegenheid om een mooie vinyl-heruitgave te realiseren.